Skip to content Skip to sidebar Skip to footer

Mijn dochter zit thuis sinds groep 7

Het is 29 januari 2026 wanneer ik mijn ovenschotel in de oven schuif en mijn telefoon gaat. Een onbekend nummer. Aan de andere kant van de lijn hoor ik een vrouw die voorzichtig vraagt of ik haar kan helpen met haar dochter. Via een gezamenlijke vriendin heeft ze mijn nummer gekregen. Ze weet het echt niet meer, zegt ze. “Probeer het eens,” had onze vriendin tegen haar gezegd. “Ik denk dat Janne kan helpen.”

Door de telefoon heen hoor ik hoe hoog de nood zit. Ze slikt haar tranen weg, voor zover dat lukt. “Natuurlijk wil ik met jullie meekijken,” zeg ik.

We plannen een telefonische reading op 5 februari, met het idee dat moeder en dochter allebei aanwezig zullen zijn. Vaak zit ik alleen met een moeder; via haar en een foto kan ik meestal al goed contact maken met de energie van het kind. In dit geval gaat het om een tiener die sinds groep 7 niet meer naar school gaat. Ze slaapt nauwelijks, eet slecht, komt haar bed bijna niet uit en heeft traumatische ervaringen meegemaakt. Veel hulp uit allerlei hoeken en ook in de steek gelaten. De problemen stapelen zich op. Het lijkt eindeloos.

Op 5 februari zit ik klaar. Voor zover mogelijk heb ik me al afgestemd op dit meisje en ik vraag het universum om deze twee vrouwen weer houvast te geven. Hoop. Een lichtpuntje.

Wanneer ik moeder bel, blijkt dat haar dochter niet uit bed wil komen. De reading zal dus alleen met haar plaatsvinden. Voor mijn werk maakt dat geen verschil, maar het schetst wel direct de situatie: depressie, wantrouwen, wanhoop, uitputting.

Ik vertel moeder dat we samen aan de slag kunnen. Door vragen te stellen en helderheid te krijgen over de situatie, kom ik meestal dieper in de verbinding. Maar vandaag lukt dat niet. Ik krijg slechts van grote afstand contact met haar dochter.
“Daar sta ik niet van te kijken,” zegt moeder. “Het voelt alsof haar dochter geblokkeerd is”. Ik voel dat het leven voor haar heel vaak onveilig is geweest zonder dat moeder of dochter hier enige invloed op had.

Omdat er zoveel speelt, kies ik twee thema’s die het meest urgent voelen en waar ik toegang toe krijg. Ik leg het moeder voor: ik wil haar dochters energie en voorzichtig reinigen en een sprankeltje hoop planten. Daarnaast zal ik de energie van de man die haar nachtmerries en angst om te slapen veroorzaakt, weghalen.

Moeder stemt in. Afwachtend. Al vaak teleurgesteld. En toch hoor ik hoop in haar stem.

Ik stel voor om op te hangen en haar na deze twee stappen terug te bellen, zodat ik in alle rust en voorzichtigheid met haar dochter kan werken.

Zodra ik ophang, krijg ik een helder beeld van haar dochter door. Dat betekent dat ze me iets meer toelaat. Ik blijf op afstand. De stappen moeten klein zijn — elk stapje is er één.

Wat ik precies doe en bespreek is moeilijk uit te leggen, maar in essentie mag ik een druppeltje hoop in haar energie plaatsen. Alleen dat al brengt verlichting en zie ik haar rechtop in bed gaan zitten. Daarnaast verwijder ik de belerende, dwingende energie die haar zwaar belast. Ik stuur deze door naar het licht, waar hij thuishoort.

Meer doen we vandaag niet. Het is intens genoeg. En eerlijk gezegd ben ik zó dankbaar dat we dit al hebben mogen bereiken.

Ik bel moeder terug en leg uit wat ik heb mogen doen. Voorzichtig vraag ik of ze me wil laten weten als ze iets van verandering merkt. Volgende week stemmen we af of er behoefte is aan een tweede reading.

Een paar uur later ontvang ik een berichtje: haar dochter is uit bed gekomen. Voor het eerst in lange tijd heeft ze een rustig hoofd. Ze heeft veel gehuild en is moe, maar dat lege, stille hoofd — dat was er al maanden niet meer geweest.

Enkele dagen later volgt opnieuw een bericht: ze eet weer goed, komt zelf uit bed en slaapt beter.

Ik maak een vreugdedansje.

Op 13 februari bel ik opnieuw met moeder. Tot mijn aangename verrassing is haar dochter ook bij het gesprek aanwezig. Ze slaapt weer hele nachten, eet meestal goed, durft weer (haar passie) paard te rijden en wil graag terug naar school — al zal dat laatste nog wat tijd vragen. Haar lichaam mag eerst wennen aan de rust die ze nu ervaart. Vanuit die rust kan ze verder herstellen. Het proces is nog niet klaar en zal echt nog wat tijd kosten, maar het mag weer stromen. Er is weer hoop en verlichting en oh wat vind ik dit gaaf.

Voorzichtig vraag ik of ik over dit proces een blog mag schrijven, in de hoop dat ik zo ook andere kinderen kan bereiken en helpen. “Denk er rustig over na of dit goed voelt,” voeg ik eraan toe. Maar nog voordat ik mijn zin af kan maken klinkt er een vastberaden ‘ja’ van dochter. Dat raakt me diep — juist omdat haar vertrouwen in anderen zo beschadigd was. 💞